Een uitspraak van een starter

Ik steel met mijn ogen en oren van oudere collega’s. Een lesbezoek bij een vakcollega gaf me weer andere inzichten.

– Stefaan Lamonte, mentor

Zoek steun voor je planning

Het klinkt misschien een beetje ‘oud’, maar wij zijn nog opgegroeid met het idee dat we individueel onze kennis moesten vergaren en dus ook zelf alle boeken moesten lezen die we daarvoor nodig meenden te hebben. Kinderen van nu maken meer gebruik van elkaars knowhow. Naar onze mening zouden meer leerkrachten zo moeten werken. Niet afzonderlijk de lessen voorbereiden, maar gezamenlijk. Dan versterk je elkaar en zorg je voor permanent leren. En je voorkomt dat ieder voor zich steeds lesondersteunende materialen moet verzamelen.

Joost Jacobs & Joost Gruijters, stagiairs

In: Kempel nr. 1, tijdschrift van de pedagogische hogeschool De Kempel, Helmond, NL

Je lesvoorbereiding

Ik denk altijd in functie van de leerwinst van de leerlingen.

– Stefaan Lamonte, mentor

Je didactische aanpak

Giet je lesinhoud in een boekend verhaal

Ewald is al een iets oudere starter. Hij heeft geschiedenis gestudeerd en geeft bij ons godsdienst en Nederlands. Onlangs gaf ik hem een compliment voor het kleurrijke hemd dat hij droeg, waarop hij doodleuk antwoordde : “Ah ja, ik geef vandaag les over de kleuren, dus heb ik wat didactisch materiaal voorzien”. Schitterend. Hij liet me ook zijn lessen rond de Sint zien. Heel leuke opdrachten, en telkens met de diepere betekenis van naastenliefde in verwerkt. Hij vertelde dat hij het Kerstverhaal geeft met een verhaal vanuit het standpunt van de ezel. Waar haalt hij het toch allemaal? Zijn enthousiasme werkt zo aanstekelijk en zijn inventiviteit is grenzeloos. Geef toe, wie zou er nu niet zo’n goedgezinde leerkracht voor zich willen hebben?

– Marjan Mertens, mentor 

Steek ook gelaagdheid in je toetsen

De beste tip die ik ooit heb gehad, kwam van een collega. Het betrof de verdeelsleutel voor een goeie toets:

  • drie gemakkelijke vragen die iedereen juist hoort te hebben aan het begin van een toets, zodat iedereen vertrouwen krijgt dat ze er toch iets van kunnen,
  • drie vragen die men normaal juist hoort te hebben als men de les heeft nagekeken,
  •  drie ietwat moeilijkere vragen waarbij men eens moet nadenken,
  • en één vraag die een echte doordenker is, als uitdaging voor de bollebozen.

– P.J., interim Frans

Je lesinhoud

“Een persoonlijk gesprek met een moeilijke leerling en een tip van een vakmentor, deden mij inzien wat de dieperliggende oorzaak van het probleem was in mijn TSO-klas. Een groot deel van de leerlingen haakte af omdat de stof inhoudelijk te moeilijk was en hun tegenwerken moest gelezen worden als een noodkreet. […].

Blijkbaar kon de overgrote meerderheid van de klas vanwege haar anderstalige afkomst het niveau niet aan en verstopte zij deze zwakheid achter provocatief gedrag. Dit is tevens de reden waarom ik dit probleem niet opmerkte tijdens de klassieke evaluatiemomenten tijdens de les.

Eens de diagnose gesteld was, wierp een tweeledige aanpak zijn vruchten af. Enerzijds trachtte ik kordater op te op te treden als leraar. […]. Anderzijds paste ik het niveau en de didactiek aan met de beperkingen van de leerlingen in het achterhoofd. Zo voorzag ik bij moeilijke oefeningen steekkaartjes met mogelijke oplossingen, sloeg ik de allermoeilijkste oefeningen over en laste ik herhalingsspelletjes in.”

Ruben Brugnera, in een stagereflectieverslag