Voorkom conflicten

Leerlingen zeggen wat ze denken. Ze zijn mondiger geworden. Recht voor de raap.  Nu begrijp ik dat dit hun manier van aandacht vragen is.

– Stefaan L., mentor

Contact met de directie

Een interimleraar met 7 jaar dienst die op zijn vierenveertigste is gestart:

 

Vaak moet men als interim van bij het begin zijn plan trekken. Dat is niet gemakkelijk want je weet weinig van de nieuwe school en toch moet je de leerlingen onmiddellijk structuur bieden. De tussenkomst van een directeur heeft me eens heel erg geholpen. Hij ging met me mee naar elke eerste les van de klassen waar ik les moest geven. Hij verklaarde de leraarswissel, stelde me kort voor, benadrukte nog een keertje beknopt de regels en vroeg de leerlingen zich in te zetten. In die school werkten de leerlingen onmiddellijk veel meer met me mee.

– Jozef, interimleraar 

Probeer niet één van hen te zijn

Je als leerkracht laten aanspreken als monsieur/mijnheer is op één na de beste tip voor beginnende leerkrachten, vind ik nog altijd. Het roept een psychologische barrière in.

– P. J., interim Frans

Contact met leerlingen – enthousiasme

Je enthousiasme verbindt

Wat me meeviel het eerste jaar was het enthousiasme van de leerlingen. Ik merk dat als je zelf enthousiast bent – dat ben ik wel, volgens mij – je het ook heel erg terugkrijgt van de leerlingen, in ieder geval van de meesten.

– Antoine Hoovers, tweede jaar leerkracht, op http://www.leraar24.nl

Laat je niet van de kaart slaan

“Een goede leraar is nog geen goede mentor.”

– Jeannette Geldens

Woorden alleen zijn niet genoeg

Natuurlijk is er meestal de schrik voor de confrontatie met de opgenomen beelden van je eigen lesgeefgedrag, maar wie kritisch durft kijken naar zichzelf, leert heel vlug. Beelden overtuigen om te proberen dingen te veranderen. Intrinsieke motivatie, weet je wel.

Ik herinner me zo de reactie van een starter. Zij vertelde dat ze in de opleiding dikwijls commentaar kreeg op het ‘te vlug praten’. Maar ze kon met die commentaar niet veel doen, zei ze. Bij het bekijken van een fragment in een video-opname van haar les, ontdekte ze plots dat ze sneller begon te praten telkens wanneer ze leerstof aanbracht waar ze zich minder zeker over voelde. Op andere momenten sprak ze wel meer gewoon. Tot dat inzicht kon niemand anders haar brengen dan de beelden en zijzelf.

– Karin Matheussen, mentor

De juiste interactiestijl op het juiste moment

Fanny heeft klasmanagementsproblemen. Ze zal de leerlingen wel doen luisteren. Ze moeten gehoorzamen. Tenslotte is zij de lerares en wat ze zegt moet gebeuren.

Het gaat van kwaad naar erger. Leerlingen hebben er lol in om haar bozer en bozer te zien worden en Fanny wordt hardvochtiger met de dag.

Ik vraag haar om recht te staan en haar handpalmen tegen de mijne te zetten en zo hard mogelijk te duwen. Dan trek ik mijn handen weg en Fanny verliest het evenwicht. Ze ziet in dat hard tegen hard niet werkt.

– Rein Van Keer, mentor

Kies voor een taakgerichte omgang

Groot was mijn verbazing toen ik bij Burcu op klasbezoek ging.

Ondanks haar kleine gestalte ‘staat’ ze er. Ze straalt een natuurlijk gezag uit waar zelfs ik bang van werd. Ze staat ontzettend op structuur en ik begon me al te schamen omdat mijn paperassen niet evenwijdig lagen met de hoek van de tafel.

In mijn twee bezoeken bij haar kon ik alleen maar zwaar onder de indruk zijn. Ze laat de leerlingen op geen enkel moment de kans om zich te misdragen. Ze is ze steeds een stap voor. In haar PO-lessen geeft ze iedereen een taakje. De ene houdt de tijd in de gaten, de ander is verantwoordelijk voor de mappen, nog iemand wast na de les het materiaal af, enz.

Zo slaagt ze er in de leerlingen te betrekken bij elk onderdeel van de les en heeft ze zelf de vrijheid om al haar aandacht op de rest te houden. Even dacht ik dat ze het affectieve daardoor zou vergeten. Maar ondanks haar priemende blik en strikte regels, heeft ze een warm contact met de leerlingen, zeker bij haar beroepsklassen, die zo snakken naar structuur (ook al zullen ze dat nooit toegeven).

Ze is één van de weinige leerkrachten die van iedereen een “goeiedag, mevrouw” krijgt bij het binnen en buitengaan van de les.

Uitspraak van een starter

Mijn vrienden noemden mij een held omdat ik in de hoofdstad les gaf. Dit gaf mij een ‘boost’.

– Stefaan Lamonte, mentor

Je omgangsstijl

Je professionele zelfbeeld

Bart begint bij ons op zijn 38ste. Eind september krijg ik een mail van hem met als titel ‘Noodkreet’.

Hij was op weg naar school zo ziek geworden van de stress, dat hij een week moest thuisblijven. In die week stuurt hij de school zijn ontslag. Hij ziet het echt niet meer zitten. De berg administratie, de moeilijke klassen, de vermoeidheid, de combinatie met de lerarenopleiding, kortom, het is te veel.

Gelukkig trekt hij dat ontslag terug in en daagt hij weer op. Ik ga met hem op zoek naar wat wel goed loopt.

In de (volgens iedereen heel moeilijke) kantoorklassen gaat het wel. Ik vraag hem hoe dat komt. De leerlingen geven zelf aan dat ze het heel leuk vinden om les te hebben van iemand die het Frans ook echt onder de knie heeft. Vaak krijgen ze les van Vlamingen die Frans hebben gestudeerd, dat is iets heel anders dan les krijgen van een echte tweetalige Brusselaar. En vooral, Bart woont in Brussel, hij komt met de fiets naar school, de leerlingen komen hem in het weekend tegen in de metro, hij is een beetje één van hen. Hij woont waar zij wonen, leeft waar zij leven en kiest daar ook voor. De leerlingen voelen zich beter begrepen door iemand uit hun eigen wereld. We zijn nu anderhalve maand verder en het gaat soms nog moeilijk. Maar Bart focust nu meer op wat wel goed gaat en put daar energie uit. Daardoor kan hij alles makkelijker van zich afzetten.