Een spel van geven en nemen

Ik ben in het onderwijs gestart als leerkracht Frans na een contract als onderzoeker aan de ULB. Zoals veel beginnende leerkrachten kwam ik terecht bij moeilijke – of niet heel gemakkelijke – leerlingen.

In sommige klassen was het bijna niet mogelijk om les te geven. Dat was zeer frustrerend. De intervisies met andere nieuwe leerkrachten hielpen me wel om me niet alleen te voelen. Maar wat mij nog het meeste geholpen heeft, zijn ten eerste de ‘tijd’ en ten tweede de scholen waar de leerkrachten samenwerken met de steun van de directie.

Om de mentaliteit van de jongeren te leren kennen en accepteren heb je tijd nodig. Ik was ouder dan dertig toen ik startte en was zelf altijd een modelleerling geweest op school. In team werken is onontbeerlijk om nieuwe manieren van lesgeven te ontwikkelen. Tijdens mijn lerarenopleiding had ik wel geleerd over discipline in de klas en hoe lessen in elkaar te steken, maar niet hoe de leerlingen in de hand te houden en hoe originele en communicatief sterke lessen in elkaar te steken.

Als de leerkrachten van een vak in team werken kunnen ze de lessen van elkaar gaan observeren en zo nieuwe inhouden en methodes leren kennen. Nascholingen kunnen ook helpen, maar het is niet altijd gemakkelijk om er tijd voor te vinden.

– Stéphanie, leerkracht

Laat je niet van de kaart slaan

“Een goede leraar is nog geen goede mentor.”

– Jeannette Geldens

Collega-starters, dat lucht op

Wij hebben een groep aanvangsbegeleiding en we komen elke maand samen om de moeilijkheden van starters te bespreken. Het is dan de bedoeling om een probleem te analyseren en samen (starters, mentor, zorgcoördinator) oplossingen te zoeken. Het geeft de starters een goed gevoel omdat ze merken dat ook anderen met dezelfde problemen zitten. Ze durven er gemakkelijker over praten zonder de angst er achteraf commentaar op te krijgen. Het is een veilige situatie voor hen. We zijn er niet om hen te beoordelen maar om te luisteren en te helpen.

– Wendy Schroevens, mentor

 Collegiale consultatie is zeer leerrijk. De oudere collega’s hebben evenwel angst om anderen in hun klas te laten. De starters gaan wel kijken bij elkaar!

– Wendy Schroevens, mentor

Zoek steun voor je planning

Het klinkt misschien een beetje ‘oud’, maar wij zijn nog opgegroeid met het idee dat we individueel onze kennis moesten vergaren en dus ook zelf alle boeken moesten lezen die we daarvoor nodig meenden te hebben. Kinderen van nu maken meer gebruik van elkaars knowhow. Naar onze mening zouden meer leerkrachten zo moeten werken. Niet afzonderlijk de lessen voorbereiden, maar gezamenlijk. Dan versterk je elkaar en zorg je voor permanent leren. En je voorkomt dat ieder voor zich steeds lesondersteunende materialen moet verzamelen.

Joost Jacobs & Joost Gruijters, stagiairs

In: Kempel nr. 1, tijdschrift van de pedagogische hogeschool De Kempel, Helmond, NL

Je lesvoorbereiding

Ik denk altijd in functie van de leerwinst van de leerlingen.

– Stefaan Lamonte, mentor

Woorden alleen zijn niet genoeg

Natuurlijk is er meestal de schrik voor de confrontatie met de opgenomen beelden van je eigen lesgeefgedrag, maar wie kritisch durft kijken naar zichzelf, leert heel vlug. Beelden overtuigen om te proberen dingen te veranderen. Intrinsieke motivatie, weet je wel.

Ik herinner me zo de reactie van een starter. Zij vertelde dat ze in de opleiding dikwijls commentaar kreeg op het ‘te vlug praten’. Maar ze kon met die commentaar niet veel doen, zei ze. Bij het bekijken van een fragment in een video-opname van haar les, ontdekte ze plots dat ze sneller begon te praten telkens wanneer ze leerstof aanbracht waar ze zich minder zeker over voelde. Op andere momenten sprak ze wel meer gewoon. Tot dat inzicht kon niemand anders haar brengen dan de beelden en zijzelf.

– Karin Matheussen, mentor

De juiste interactiestijl op het juiste moment

Fanny heeft klasmanagementsproblemen. Ze zal de leerlingen wel doen luisteren. Ze moeten gehoorzamen. Tenslotte is zij de lerares en wat ze zegt moet gebeuren.

Het gaat van kwaad naar erger. Leerlingen hebben er lol in om haar bozer en bozer te zien worden en Fanny wordt hardvochtiger met de dag.

Ik vraag haar om recht te staan en haar handpalmen tegen de mijne te zetten en zo hard mogelijk te duwen. Dan trek ik mijn handen weg en Fanny verliest het evenwicht. Ze ziet in dat hard tegen hard niet werkt.

– Rein Van Keer, mentor

Kies voor een taakgerichte omgang

Groot was mijn verbazing toen ik bij Burcu op klasbezoek ging.

Ondanks haar kleine gestalte ‘staat’ ze er. Ze straalt een natuurlijk gezag uit waar zelfs ik bang van werd. Ze staat ontzettend op structuur en ik begon me al te schamen omdat mijn paperassen niet evenwijdig lagen met de hoek van de tafel.

In mijn twee bezoeken bij haar kon ik alleen maar zwaar onder de indruk zijn. Ze laat de leerlingen op geen enkel moment de kans om zich te misdragen. Ze is ze steeds een stap voor. In haar PO-lessen geeft ze iedereen een taakje. De ene houdt de tijd in de gaten, de ander is verantwoordelijk voor de mappen, nog iemand wast na de les het materiaal af, enz.

Zo slaagt ze er in de leerlingen te betrekken bij elk onderdeel van de les en heeft ze zelf de vrijheid om al haar aandacht op de rest te houden. Even dacht ik dat ze het affectieve daardoor zou vergeten. Maar ondanks haar priemende blik en strikte regels, heeft ze een warm contact met de leerlingen, zeker bij haar beroepsklassen, die zo snakken naar structuur (ook al zullen ze dat nooit toegeven).

Ze is één van de weinige leerkrachten die van iedereen een “goeiedag, mevrouw” krijgt bij het binnen en buitengaan van de les.

Uitspraak van een starter

Mijn vrienden noemden mij een held omdat ik in de hoofdstad les gaf. Dit gaf mij een ‘boost’.

– Stefaan Lamonte, mentor

Durf nee zeggen

Wiskundeleraar Geert heeft hoe langer hoe meer last van rumoer in de klas. Het valt me op dat hij weinig tot niet ingrijpt. We hadden hierover nochtans al heel wat gesprekken. Geert volgde een vorming, maar het lukt hem niet om de tips in de praktijk om te zetten. Tijdens een nabespreking geeft Geert meteen aan dat hij blij is dat de leerlingen hem zo graag hebben. Anderzijds vindt hij het wel spijtig dat er zoveel rumoer is en dat het hem maar niet lukt om hier iets aan te veranderen. Er zijn bovendien een aantal leerlingen die al zijn studietips negeren en zich niets aantrekken van hun resultaten. Ik vertel hem dat die dingen volgens mij samenhangen. We maken samen zijn kernkwadrant (Ofman) met zijn kracht, zijn valkuil, zijn allergie en zijn uitdaging. Het is een enorme kracht dat hij wil dat leerlingen hem graag hebben, maar te grote toegeeflijkheid is er de valkuil van.

– An Luyten, mentor